Categorieën
Boeknotities

How to Take Smart Notes (Sonke Ahrens)

Ik ben dit boek gaan lezen in mijn zoektocht naar een betere manier van notities nemen. Voordat ik dit boek had gelezen probeerde ik alles wat interessant was op te slaan. Dat deed ik eerst in Google Keep, totdat ik er na jaren achter kwam dat ik rustig een kop koffie kon zetten in de tijd die het duurde om oude notities op te halen. Daarna heb ik Google Docs geprobeerd, maar daarin was ik meer tijd kwijt aan het bepalen in welke categorie ik een notitie wilde plaatsen dan aan het daadwerkelijk schrijven en gebruiken van de notities. Tot slot heb ik Notion geprobeerd. Dat ziet er hartstikke mooi uit en heeft leuke functies als je je leven wilt inrichten als een professioneel projectmanager, maar is niet voor notities bedoeld. Of ik heb het nooit goed begrepen.

Toen kwam ik Roam tegen, en dat ziet me er een partij top uit. Het hele idee van Roam is dat notities aan elkaar gelinkt kunnen worden. Heen en weer, zodat er een web van notities kan ontstaan. Eigenlijk net als hoe je hersenen werken: ieder nieuw idee, herinnering of gedachte probeert zich te ankeren aan een bestaand idee, herinnering of gedachte. Het gebruik van Roam kost €165 per jaar. Dat is voor een beetje experimenteel hobbyen een hoop geld. Vandaar dat ik ben gesetteld voor Obsidian. Dat lijkt erg op Roam, maar is gratis en open source. Enthousiastelingen werken samen om de applicatie steeds beter te maken en van nieuwe functionaliteiten te voorzien. Bijkomend voordeel is dat notities op je eigen PC worden opgeslagen, dus dat je zelf verantwoordelijk bent en de keuze hebt om het in de cloud te zetten. Ook zijn de notities in markdown, dus gemakkelijk te exporteren en gebruiken in andere applicaties.

Wat ik wilde was dat het maken van notities gemakkelijk zou worden. Dat het zou draaien om het maken van de notitie en niet om het bepalen van een vast format. Dat ik niet te veel stil zou komen te staan door het nadenken over in welke categorie ik een notitie moest opslaan. Uiteindelijk is dat wat ik met het systeem uit How to Take Smart Notes van Sönke Ahrens heb geleerd. Zo worden deze boeknotities helemaal meta, want die heb ik vastgelegd met behulp van dit boek. Zie hier mijn favoriete notities:

Boeknotities

Introductie
p.6: Waarom we schrijven
Elke intellectuele inspanning begint met een notitie:
– Als we iets moeten onthouden.
– Om onze gedachten te organiseren.
– Wanneer we ideeën willen delen met anderen.
– Als voorbereiding.
p.6: Schrijven begint met notities
– Het schrijfproces begint al voordat je voor een leeg scherm/vel papier zit.
– Goede notities maken het verschil.

1 Alles wat je moet weten
p.11: Het belang van een notitiesysteem
– Als je kan vertrouwen in een goed systeem waar je alles wat in je hoofd zit in kan loslaten, dan kun je je focussen op wat belangrijk is: de inhoud, argumenten en ideeën.
p.12: Een goede notitieworkflow heeft geen structuur
– Het wordt lastig om af te wijken van het plan, want dat kost wilskracht. Dat wil je niet in een systeem gericht op flow.
– Een goede workflow stimuleert ideeën en inzicht als drijvende kracht vooruit.
– Je hebt een systeem nodig voor een toenemende hoeveelheid informatie, waarin losse ideeën gecombineerd kunnen worden tot nieuwe (eigen) ideeën.

1.1 Goede oplossingen zijn simpel – en onverwachts
p.14: Een goed notitiesysteem is simpel
– Complexiteit kan zich opbouwen waar je het wilt: niet in het systeem zelf, maar in de inhoud van je notities.
– Zonder simpel systeem geen gedragsverandering.
– Zodra je kunt vertrouwen in het systeem kunnen we de rest loslaten en ons concentreren op wat er voor ons ligt (of dat nou noteren/schrijven is).

1.2 De slip-box
p.19: Een idee is zo waardevol als zijn context
– En die context hoeft niet dezelfde te zijn als waaruit het idee onttrokken is.
p.24: Een simpel idee kan zo goed zijn als een complexe
– Men verwacht niets van simpele ideeën, omdat ze er vanuit gaan dat je complexe ideeën nodig hebt voor indrukwekkende resultaten.

1.3 De handleiding voor de slip-box
p.24: Bibliografische notities gaan in de bibliografische slip-box
– Als je iets interessants leest schrijf je letterlijke stukken tekst of je ideeën op met daarbij waar de ideeën vandaan komen. De notitie gaat in een aparte box.
– (Dat kan met e-books heel simpel door te highlighten en synchroniseren).
p.25: Van bibliografische notities naar permanente
– Eens in de zoveel tijd neem je de bibliografische notities door. Dan kunnen er vanzelf nieuwe ideeën ontstaan. Alles wat je op dat moment aan het denken zet of nuttig is voor waar je mee bezig bent wordt een nieuwe notitie.
– Hou het simpel, een idee per notitie in eigen woorden. Zie hoofdstuk 2.

2 Alles wat je moet doen
p.29: Een tekst schrijven wordt niets anders dan je notities verzamelen
– Verzamel je notities, leg ze op volgorde, schrijf je concept.
p.29: Notities verzamel je door pen en papier bij de hand te hebben

– Zorg er voor dat je aantekeningen kunt maken bij alles wat je doet (lezen). Maak je geen zorgen over wat je precies opschrijft, leg alles vast wat je denkt.
– Het gaat vooral om gedachten, dingen die je niet wilt vergeten, of dingen die je in de toekomst denkt te gaan gebruiken. Maar: niets is te veel.
– Dit zijn je bibliografische notities.
p.30: Later verwerk je de ideeën in eigen woorden


2.1 Stap voor stap een paper schrijven
p.32: Lees om je gedachten te challengen
– Lees de dingen die je tegenspreken om je eigen argumenten te versterken of nieuwe inzichten te verkrijgen. Teksten bevatten niet alleen waar je naar op zoek was.
p.33:
Verwerk de notities naar permanente notities
– Het doel is ideeënontwikkeling, niet verzamelen.
– Ga door je vluchtige/bibliografische notities en vraag je af: hoe zijn deze relevant?
– Maak een nieuwe notitie en schrijf daarop 1 idee. Doe alsof je de notitie voor iemand anders maakt: volle zinnen, noem je bronnen, maak het precies, duidelijk en kort.
– Verwijder/archiveer je oorspronkelijke notities.
– Zorg ervoor dat je de permanente notitie kunt terugvinden, het liefst denk je van tevoren na over wanneer je de notitie zou willen tegenkomen. Gebruik bijvoorbeeld een index(notitie).
– Koppel de permanente notitie aan andere notities (bijv. met links of referentiecodes). Bedenk hierbij: de beste koppelingen zijn juist de verbindingen die ontstaan waar je ze niet verwacht.

– Bewaar de notities in een ‘slip-box’. (Dit kan een archiefbak zijn, of een digitaal systeem als Roam of Obsidian).

3 Alles wat je moet hebben
p.37: Gebruik de juiste tools
– Een goede tool geeft opties, maar moet vooral bronnen van afleiding wegnemen en het makkelijker maken om na te denken.
– De ‘slipbox’ is een tool om alles te doen waar je hersenen niet goed in zijn.
3.1 De toolbox
p.37: De tools die je nodig hebt
– Iets om mee te schrijven
– Iets om op te schrijven
– Een systeem voor je referenties/bibliografische notities
– Een systeem voor je ‘slip-box’

4 Om in gedachte te houden
p.40: Een tool is zo goed als de gebruiker

5 Schrijven is het enige wat er toe doet
p.44: Een idee wat je niet hebt vastgelegd is zo goed als een idee wat je nooit hebt gehad
p.44: Een feit wat je niet kunt reproduceren is geen feit
p.45: Probeer zo snel mogelijk op het punt van open vragen te komen
– Een open vraag is het startpunt voor nieuw onderzoek en het startpunt voor je eigen schrijfwerk.

6 Simpliciteit is het belangrijkste
p.47: Simpliciteit is wat een idee krachtig maakt zie ook 1.1.
p.51: Niet elke notitie is permanent
– Als een notitie geen waarde meer heeft dan wordt deze gearchiveerd.
– Als elke notitie permanent zou zijn, dan verliezen alle andere notities hun waarde.
p.53: Verwerk vluchtige/bibliografische notities zo snel mogelijk
– Als het idee nog vers in je hoofd zit.

7 Niemand begint vanaf nul
p.57: Onderwerpen om over te schrijven ontstaan in je slip-box
– Onderwerpen ontstaan niet uit het niets, maar schrijvers beginnen niet vanaf nul.
– Door te lezen en noteren over dingen die je interessant vindt ontstaan nieuwe vragen om te beantwoorden: te lezen en schrijven.
p58: Brainstormen zorgt niet voor nieuwe ideeën
– Ideeën ontstaan niet door er met zijn allen lang genoeg over na te denken.
– Ideeën ontstaan door dingen te lezen, discussies te voeren en door te luisteren (doorvragen) naar anderen, met pen en papier erbij!

8 Laat je vooruit trekken door het werk wat je doet
p.62: Zoek altijd naar feedback
– De beste voorspeller van je eigen groei is hoeveel je actief zoekt naar positieve en negatieve feedback.
– Hoe meer je dit doet, hoe meer plezier je er uit haalt.
p.64: Je begrijpt iets pas echt als je het in je eigen woorden kunt opschrijven
p.65: Hoe meer verbindingen tussen je notities, hoe makkelijker het is om er van te leren

9.1 Geef elke taak je onverdeelde aandacht
p.68: Geef elke taak je onverdeelde aandacht
9.4 Wordt een expert in plaats van een planner
p.74: Het leren begint zodra je stopt met het script
– Je moet ruimte hebben om fouten te kunnen maken
p.77: Een leraar is een expert in theorie, niet altijd praktijk
9.5 Tot een einde brengen
p.78: Delegeer alles wat je niet nodig hebt voor je huidige taak naar een extern systeem (reminders maken)
p.80: Het Zeigarnik-effect
– Onafgeronde taken blijven in je geheugen hangen totdat ze zijn afgerond (of gedelegeerd).
– Je kunt het Zeigarnik-effect in je voordeel gebruiken door zelf te bepalen welke gedachten je in je brein laat hangen, zodat je onderbewuste de kans krijgt om de problemen op te pakken.
9.6 Verminder de hoeveelheid beslissingen
p.83: Verminder je beslissingen met een gestandaardiseerde omgeving
– Gebruik een gestandaardiseerde methode en dezelfde tools om de weerstand te beperken.

10.1 Lees met pen en papier in de hand
p.87: Noteren zorgt voor beter begrip van de tekst
– Bij het noteren kom je er achter wat je nog niet begrijpt.
– Dit betekent dat je langzamer door een tekst heen gaat, maar dat je van een tekst misschien maar 1 kernidee overhoudt.
10.2 Blijf openstaan voor nieuwe ideeën
p.92: Hou een open mind tijdens het lezen
– In plaats van dat je je vasthoudt aan een bepaald idee tijdens het lezen, probeer je te focussen op wat er daadwerkelijk geschreven wordt.
– Zoek specifiek naar feiten die je huidige ideeën tegenspreken.
10.3 Begrijp/zoek de essentie
p.93: Scheiden van hoofd- en bijzaken is een vaardigheid die je kunt trainen
10.4 Leer lezen
p.97: Herlezen zorgt voor een gevoel van ‘quasi-begrip’: mere exposure effect.
– Door iets te herlezen krijg je het idee dat je het begrijpt, terwijl je enkel vertrouwder raakt met een idee.
– Het mere exposure effect stelt dat je hoe vaker je iets ziet of hoort, hoe beter je het herkent en prefereert boven andere ideeën, maar dit zegt niets over je begrip.
p.98: Onderstrepen en herlezen is zinloos als techniek om te leren
10.5 Leren door te lezen
p. 100: Leren doe je het beste door manipulatietechnieken:
– Variatie, gespreid leren, contextuele interferentie, tussentijds toetsen. Het lijkt daardoor tussendoor misschien juist alsof je de stof niet begrijpt, omdat je meer confrontatiemomenten hebt dan bij lezen/onderstrepen/presentaties kijken. Achteraf zul je de informatie juist beter behouden.
p.100: Leren doe je door vragen te beantwoorden voordat je een tekst leest
– Probeer van tevoren de vragen te beantwoorden die je met een bepaalde tekst wilt beantwoorden. Als je het antwoord terugvindt zal je dat daarna beter onthouden.

11.1 Maak carriere, notitie voor notitie
p. 106: Meet je productiviteit als schrijver aan het aantal notities
– Niet het aantal geschreven woorden/pagina’s, maar de hoeveelheid notities bepalen je productiviteit.
11.2 Denk buiten je brein
p.107: Notities zijn je denkproces
– Notities zijn niet het gevolg van je denkproces, notities zijn je denkproces – Richard Feynman.
11.3 Leer door niet te proberen
p.111: Expliciete connecties maken tussen notities verheldert ideeën
– Als je moet nadenken over de connecties tussen notities zul je je ideeën moeten verduidelijken en dwingt je om na te denken over wat je schrijft.
p.113: Het dumpen van gedachten laat je dingen vergeten
– Het is essentieel om dingen te kunnen vergeten, want anders blijft je brein bezig met filteren in plaats van concentreren. Zo maak je ruimte voor nieuwe ideeën.
p.114: Geheugen bestaat uit opslagvermogen en ophaalvermogen
– Opslagvermogen: de kracht om gedachten op te slaan. Dit is nauwelijks te trainen. Het heeft weinig zin om te ‘stampen’.
– Ophaalkracht: de kracht om informatie uit je geheugen te halen, is wel te trainen.
p.115: Richt je op het strategisch gebruik van je ophaalkracht
– Bedenk: welke cue moet er voor zorgen dat je bepaalde informatie terughaalt?
– Verbind informatie met zoveel mogelijk relevante context. Dit is hoe je hersenen werken maar ook hoe je slip-box opgebouwd wordt als je notities linkt.
p.116: Leren is het maken van zinvolle connecties tussen informatie
p.119: Connecties zijn ook heterogeen
– Een connectie hoeft niet te ontstaan tussen notities die met elkaar te maken hebben, maar ontstaan ook op plekken waar je ze van tevoren niet had verwacht.
11.4 Permanente notities toevoegen aan de slip-box
p.120: Permanente notities maken
– Voeg nieuwe notities toe achter de notities waar deze aan refereert (fysiek).
– Voeg links/referenties toe naar andere notities en andersom.
– Voeg een referentie toe aan een index(notitie).

12 Ontwikkel ideeën
p.120: Hoe meer referenties een notitie heeft, hoe hoger de kwaliteit
12.1 Ontwikkel onderwerpen
p.122: De slipbox is een systeem om te ondersteunen, geen archief
– Het moet denken makkelijker maken en faciliteren.
p.123: Het bladeren door je notities om connecties te maken is essentieel
– Gebruik het verrassingselement in ideeëngeneratie. Als je door je notities bladert in plaats van rechtstreeks zoekt dan kun je verrast worden door eerdere notities.
p.124: Categoriseer niet, maar vraag af wanneer je een notitie wilt tegenkomen
– Als je een notitie een plek geeft, dan zijn tags/categorieën ondergeschikt. Het belangrijkste is dat je nadenkt over de context waarin je een notitie wilt kunnen terugvinden.
– Gebruik eventueel tags die een relatie hebben met de onderwerpen waar je aan werkt.
12.3 Vergelijk, verbeter en onderscheid
p.130: Maak meerdere notities voor hetzelfde idee
– Zo kom je er achter waar je jezelf tegenspreekt en ontdek je weer nieuwe onderwerpen om te onderzoeken.
p.131: Het feature-positive effect
– Het feature-positive effect beschrijft het fenomeen dat we informatie belangrijker vinden als het gemakkelijker beschikbaar is.
– Nieuwe/recente notities lijken daardoor relevanter.
12.4 Verzamel een gereedschapskist voor na te denken
p.132: Verzamel mental models
– Mental models zijn theorieën of modellen die veelzijdig zijn in wat ze verklaren.
– Het is daarom nuttig om een verzameling te maken van mental models.
p.132: (Wereld)wijsheid is de combinatie van mental models en ervaring
– Charlie Munger zegt: zoek de krachtigste concepten in iedere discipline en probeer ze te begrijpen. Maak ze onderdeel van je denken.
– Wijsheid is de combinatie van mental models en ervaring, waardoor je de wereld beter begrijpt. Het betekent niet dat je alles weet.
12.5 Gebruik de slipbox als creativiteitsmachine
p.135: Creativiteit betekent dingen combineren
– Steve Jobs zei: als je creatieve mensen vraagt hoe ze iets gedaan hebben, dan zullen ze zich schuldig voelen over het feit dat ze nauwelijks iets nieuws bedacht hebben. Het enige wat ze gedaan hebben is dat ze iets hebben gezien. Ze hebben combinaties gemaakt.
p.136: Innovatie is iteratief en gebeurt bijna nooit plotseling
12.6 Denk in de box
p.138: Problemen oplossen is abstracties maken
– Hoe beter je een probleem abstract kunt maken, hoe beter en pragmatischer je het kan oplossen.
p.139: Een gestandaardiseerde permanente notitie is in meerdere contexten nuttig
– Het maakt mixen mogelijk.
p.140: Vrij ideeën genereren is het loslaten van je gewoontes
– Het gaat er om dat je probeert je gewoontes los te laten zodat je niet beperkt wordt in hoe je nieuwe informatie verwerkt.
– Je eerste interpretatie laat je los. Je trekt niet direct conclusies.
– Probeer feedback loops in te bouwen in je slipbox om dit te voorkomen.
p.142: Problemen oplossen door ze opnieuw te definiëren
– Soms heb je de oplossing voor een probleem al in handen, maar moet je het probleem nog opnieuw definiëren.
12.7 Faciliteer creativiteit met restricties
p.145: Geef jezelf minder keuze om zo juist je vrijheid en productiviteit te verhogen

13 Deel je inzicht
p.148: Als je notities verzamelt ontstaan er clusters in je slipbox
– Je hoeft je nooit zorgen te maken over te weinig onderwerpen om te onderzoeken/over te schrijven.
– Een goede slipbox zorgt dus voor een sneeuwbal van ideeën: een grote cluster heeft een grote kans op nieuwe connecties en vragen om te onderzoeken.
– De slipbox laat zien wat we interessant vinden.
p.148: Door te schrijven ontdek je gaten in je kennis
13.1 Van brainstromen naar slipboxstormen
p.151: Goede vragen (onderwerpen) zijn precies relevant en interessant genoeg
– Goede vragen zijn niet te makkelijk om te beantwoorden, maar ook niet te moeilijk (met het materiaal wat je voorhanden hebt).
13.3 Getting Things Done door je interesses te volgen
p.153: Vraag jezelf af: wat is interessant of relevant om op te schrijven?
– Zo ontdekken we aspecten waar we nog geen weet van hadden. Onze interesses ontwikkelen zich tijdens het lees/schrijfproces.
13.4 Afronden en reviewen
p.156: Werk aan meerdere teksten tegelijk
– Als je aan meerdere teksten tegelijk werkt ontstaan er onvoorziene bijproducten door de combinatie van 2 gebieden.
13.6 Daadwerkelijk schrijven
p.160: Schrijven is verwijderen wat geen functie heeft
– Met je slipbox heb je voldoende materiaal om over te schrijven.
– Het lastigste is dan: alles verwijderen wat geen functie heeft. “Kill your darlings”.

14 Maak het een gewoonte
p.162: Vooruitgang is de hoeveelheid dingen die je kunt doen zonder na te denken
– Maak noteren een gewoonte. Hoe meer operaties je kunt doen zonder na te denken, hoe meer vooruitgang je hebt geboekt.